Dat doet hij bij mij nooit.
Een collega rechts van mij zegt: “ik moest weer naar die vervelende man toe”. We zitten met zes tot acht collega’s in de huiskamer na de ochtendzorg. Even kort inchecken. Hoe ging het, wat moet er nog, wie pakt wat op? Een collega links van mij reageert dat zij hem eigenlijk altijd wel leuk vindt. Het gesprek gaat door. Even later zegt de collega rechts opnieuw dat ze hem echt een nare man vindt en dat ze baalt als ze naar hem toe moet. Weer zegt iemand: dat doet hij bij mij nooit hoor. En het gesprek rolt door.
Ik loop mee met de kwaliteitsverpleegkundige en ken dit team sinds die dag. Heel even twijfel ik wat ik zal doen, maar mijn niet pluis gevoel kriebelt onrustig… “Wat maakt dat je hem een nare man vindt?”
Ze verteld dat hij altijd vraagt of ze bij hem in bed komt liggen, omdat hij dat zo gezellig vindt. En terwijl de collega links meteen zegt dat hij dat bij haar nooit doet, denk ik alleen maar: dat is niet het punt en zeker niet relevant. Het gaat over wat er bij deze collega gebeurt.
Wat vervelend dat hij dat tegen haar zegt en ik vraag door. Of ze er meer over wil vertellen. Je ziet haar letterlijk veranderen. Ze zat eerst wat onderuitgezakt, maar ze gaat rechter zitten en maakt meer contact met de groep. Ze durfde het niet goed te benoemen, maar doordat er wordt doorgevraagd, krijgt ze er woorden voor. Lijkt ze meer te durven.
Wat vinden wij normaal?
En dan begint voor mij het echte werk. De situatie erkennen en kijken wat we hiermee doen. Wat vinden wij normaal? Welke afspraken maken we als team? Wat spreken we met deze cliënt af over hoe we met elkaar omgaan? Wat doen we als dit weer gebeurt? Voor, tijdens en na. Niet pas als het escaleert, maar nu.
Want dit soort dingen worden vaak klein gemaakt. “Ach, zo bedoelt hij het niet.” “Dat doet hij bij mij niet.” Maar voor degene die het ervaart is het niet klein.
Twee voeten op de grond
Het deed me denken aan een andere situatie.
We stonden met vier collega’s op de gang het werk te verdelen. Wie is al gedaan, wat moet nog, hoe zorgen we dat we zo snel mogelijk goede zorg leveren? Halverwege de gang hoor ik een deur dichtslaan. Een man komt boos op ons af. Hij begint al te praten voordat hij bij ons is. Zijn vrouw is nog steeds niet geholpen, hij heeft gealarmeerd, er wordt niet gereageerd en hij wil dat ze NU geholpen wordt.
Ik draai me naar hem toe en check mijn houding. Twee voeten op de grond. Ontspannen, maar duidelijk. Ik wacht tot hij bij me is en zeg dat ik het vervelend vind dat zijn vrouw nog niet geholpen is. En dat meen ik ook echt. Geen prachtig zinnetje uit een communicatie training, maar oprecht. We staan hier juist om een plan te maken zodat we zo snel mogelijk goede zorg kunnen leveren. Terwijl ik dat zeg kijk ik over mijn schouder en zie ik dat mijn collega’s weg zijn. Ik sta alleen met hem op de gang.
Ik besluit direct met hem mee te lopen en help zijn vrouw. Als dat klaar is, kom ik terug op het moment op de gang. Ik geef aan dat ik het vervelend vond dat zijn vrouw nog niet geholpen was, maar ook dat ik het vervelend vond dat hij met deuren sloeg en met harde stem tegen mij sprak. Ik doe mijn werk zo goed mogelijk en we hebben te maken met zieken. Dat is de realiteit.
We hebben het over verwachtingen. Wat mag hij verwachten als hij alarmeert? Wat is realistisch? Wat zou helpend zijn? Het gesprek kost een kwartier extra, maar ik geloof echt dat dat kwartier op de lange termijn veel oplevert. Hij voelt zich gehoord en ik heb mijn grens aangegeven. Niet alleen voor mezelf, maar ook voor de collega’s die voor of na mij komen.
Tijdens de koffiepauze benut ik een moment om de situatie na te bespreken met mijn collega’s. Hoezoooo waren ze opeens verdwenen? “Ik voel mij altijd echt ongemakkelijk als iemand boos wordt”. “Jij bent altijd zo goed in deze situaties, je weet altijd precies wat je moet zeggen”. Ik benadruk dat ik het enorm had kunnen waarderen als minimaal één collega was blijven staan en waar nodig had geholpen. Het had mij een fijner en veiliger gevoel gegeven.
Wat je aandacht geeft, ga je zien
Sinds ik veel en bewust bezig ben met het thema goede zorg geven en grensoverschrijdend gedrag, merk ik dat ik dit soort situaties anders zie. Wat ik eerder misschien wegwuifde met “dat hoort erbij”, zie ik nu als iets waar we iets mee moeten. Wat je aandacht geeft, ga je zien. Net als die ene toffe auto die je wilt kopen en opeens overal ziet rijden!
In de zorg hebben we soms dingen normaal gevonden die niet normaal zijn. Goede zorg gaat niet alleen over bewoners of cliënten. Het gaat ook over hoe we met elkaar omgaan en hoe we voor onszelf opkomen. Het begint bij luisteren, doorvragen en durven benoemen wat er gebeurt. Ook als een ander het niet herkent. Juist dan. Want goede zorg geven kan alleen als jij grenzen durft aan te geven.