Gevoel van (on)veiligheid in een dienst 🤕
Een onbekend geluid van metaal op metaal klinkt over de gang van de slapende afdeling. Mijn nekharen gaan overeind staan terwijl ik probeer te oriënteren waar het vandaan komt. Snel maar terughoudend loop ik erop af. Gadver, hier houd ik écht niet van tijdens een nachtdienst. Bij een kamer aangekomen zie ik een bloedbad. De patiënt rijdt met zijn infuuspaal tegen de kachel aan, het infuus ligt in een grote bloedvlek op bed. Verwarde patiënt? ✅
Niet agressief? ✅
Alles onder het bloed? Ook check.
Ondanks de chaos ben ik gefascineerd hoe snel bloed uit zo’n gaatje kan stromen. Ik maak contact (dat gaat gelukkig goed) zet de patiënt op de stoel, stop het bloeden en ruim alles op. Maar ik blijf bewust tussen hem en de deur staan, zodat ik altijd een uitweg heb.
Op een ander moment gaat de pieper. Shit, een lege kamer… Waarom gaat daar een bel af? “Spoken bestaan niet,” 👻 kalmeer ik mezelf terwijl mijn hart in mijn keel zit. Aarzeling op de drempel, maar ik dwing mezelf naar binnen. Leeg. Alarm uit, deur dicht. Deze kamer vermijd ik voorlopig 👻
Tijdens een avonddienst staat een agressieve patiënt tussen mij en de kamerdeur. Ik manoeuvreer quasi nonchalant richting de uitgang, klaar om te sprinten. Dat gevoel van alertheid vergeet ik nooit meer.
Of deze: Twee grote, mannelijke patiënten hebben een felle ruzie op een vierpersoonskamer 🤬 De spanning is om te snijden. Geschreeuw en boze blikken vullen de kamer terwijl ik de situatie observeer. Ze kunnen niet uit bed door hun operatie (🙏🏻), maar dat maakt het niet minder intimiderend. Als relatief jong, klein (1.60) meisje ga ik de confrontatie aan. Ik blijf op veilige afstand, stel vragen en probeer kalmte terug te brengen in de kamer. Langzaam maar zeker zakt de spanning. Geen idee meer waar de ruzie over ging, maar het was intens!
De werkvloer in het ziekenhuis zit vol van dit soort momenten. Je denkt na, blijft scherp, maar vooral: je staat er.
En als de adrenaline gezakt is komen er soms emoties 👀